Attitudegesprek

Luisteren naar gevoelens

 

4.1

Hoe praat jij over gevoelens?
Maak eens een lijstje van tussen de drie en de tien gevoelens. Schrijf de antwoorden op de volgende vragen achter de verschillende gevoelens.

  • Over welke gevoelens praat je met mensen die je goed kent?
  • Over welke gevoelens praat je met mensen die iets verder van je af staan.
  • Over welke gevoelens praat je niet en wat zegt dat over jou?
4.2 Wat zijn de non-verbale signalen die je uitzendt?
Vraag eens aan twee goede bekenden van je wat zij soms van je gezicht kunnen aflezen. Herken je dat?
4.3 In paragraaf 4.1 worden de drie componenten van attitude besproken: de cognitieve, emotionele en actionele.
Knoop eens een gesprek aan met iemand uit je omgeving en vraag hem wat hij vindt van bijvoorbeeld een muzieknummer of een televisieprogramma. Let op zijn antwoord en probeer achteraf te benoemen welke component van attitude vooral duidelijk wordt in dat antwoord.
Hoe zou zijn antwoord geweest zijn als het zou passen bij de twee andere componenten?
4.4

Let eens één dag op het woordje 'waarom'.
Hoor jij het in een gesprek bij anderen?
Gebruik jij het woord zelf in een gesprek?
Lees paragraaf 4.6.3 nog een keer. Wat herken je van die theorie in de praktijk?

4.5

Als je met mensen praat, zal het wel eens voorkomen dat je het niet eens bent met wat iemand zegt. Probeer eens een gesprek terug te halen van de afgelopen tijd waarin dat voorkwam. Ga eens na wat jij gedaan hebt, toen je die andere mening hoorde.

  • Wat heb jij gedaan?
  • Heb je doorgevraagd?
  • Heb je samengevat
  • Heb je jouw mening naar voren gebracht?
  • Wat gebeurde er in dat gesprek?

Als je je geen gesprek kunt herinneren waar dat voorkwam, let dan de komende dag eens op je gesprekken en let er eens op of jij het in een bepaald gesprek niet eens bent met wat iemand zegt en wat jij dan doet.