Wim Donders, Praktische gespreksvoering 2e druk

5 Gesprek met iemand uit het werkveld en observatie van een gesprek

Bij training in gespreksvoering bereid je jezelf met opdrachten en oefeningen voor op het voeren van gesprekken in de praktijk. Maar het risico bestaat dat je daar door training met zelfgekozen cliënten geen goed beeld van krijgt. In deze opdracht ga je onderzoeken hoe in de praktijk gesprekken gevoerd worden.

In deze opdracht ga je een bezoek brengen aan een functionaris in de praktijk, een ervaringsdeskundige. Je hebt een gesprek met hem en je vraagt of je ook een gesprek kunt bijwonen dat hij heeft met een cliënt of groep cliënten. Dat laatste zal niet gemakkelijk zijn, maar het is leerzaam. Ik weet van de opleiding waaraan ikzelf verbonden ben, dat het elk jaar lukte dat een paar honderd studenten een dergelijk gesprek bijwoonden. Als het gebeurt in het kader van een opleiding, kan een aanbevelingsbrief van een docent in sommige gevallen helpen om toestemming te verkrijgen.

 

Als je gaat zoeken naar iemand in het werkveld, ga dan als volgt te werk.

  • Kies een werksoort die je beter wilt leren kennen voor je eigen werk later.
  • Zoek via internet, social media, etc. Bel of schrijf. Ervaring leert dat een student soms al met één telefoontje een observatieplek vindt, maar meestal moeten er meer mensen benaderd worden. Soms heb je na twintig adressen nog geen succes.
  • Het is zeer aan te bevelen in je eigen familie- of vriendenkring naar een persoon te zoeken die werkt op een instelling die je zou willen bezoeken. De kans op succes is dan groot.
  • Zoek ouderejaarsstudenten die stage lopen. Zij zijn vaak bereid om medewerking te verlenen, al moeten ze het natuurlijk ook overleggen met hun begeleiders op de stageplek.
  • Het komt voor dat mensen een vriend(in) hebben die bij een hulpverlener in behandeling is en via die weg vragen of ze er een keer bij mogen zitten. De medewerking van de cliënt heb je dan al.
  • Het komt voor dat iemand zelf bij een hulpverlener in behandeling is. Hij kan dan een gesprek hebben met zijn hulpverlener en neemt het gesprek op dat hij als cliënt met hem heeft. Bij het terugluisteren van het gesprek, observeert hij dan de methode van zijn hulpverlener. De opname is noodzakelijk, want als iemand in het gesprek cliënt is, kan hij niet meteen ook de methode observeren.
  • Je kunt ook met zijn tweeën naar een functionaris gaan. Maak dan wel afzonderlijk een verslag. Als dat af is, kun je elkaars verslag lezen en vergelijken en eronder schrijven wat je na deze vergelijking nog wilt aanvullen of corrigeren.

 

Veel instellingen verkopen nee, maar er zijn ook instellingen die er positief tegenover staan. Het komt ook regelmatig voor dat de functionaris vraagt om feedback; soms kunnen studenten hem nog iets leren. Hetzelfde geldt voor cliënten: in verslagen staat soms te lezen dat zij het positief vinden dat een student belangstelling heeft en zij vinden het ook prettig om mee te werken aan een stukje opleiding van deze student. Een enkele keer wordt door de cliënt zelfs de mening van de student gevraagd.

Stuur een bedankbrief naar de functionaris met een kopie van het verslag van het gesprek en de observatie.